Bijtelling fiets van de zaak per 2020

16-10-2019

Fiets-van-de-zaak-bijtelling

Met ingang van 2020 geldt er een forfaitaire bijtelling voor een fiets van de zaak. Deze werkt op dezelfde wijze als de bijtelling voor een auto van de zaak. Het bijtellingspercentage is echter slechts 7 %, dit in tegenstelling tot het huidige standaard-bijtellingspercentage voor een auto van de zaak á 22 %


Hoe werkt de forfaitaire bijtelling fiets van de zaak vanaf 2020?
Als de werkgever een fiets ‘ter beschikking’ stelt, met andere woorden: de fiets wordt geen eigendom van de werknemer maar van de werkgever of leasemaatschappij, dan wordt een deel van die fiets als ‘loon’ aangemerkt waarover loonheffing verschuldigd is. Dit wordt ook wel ‘bijtelling’ genoemd. De bijtelling is een forfaitair percentage van 7 % over de fiscale waarde inclusief btw. Stel dat de fiets € 2.000 kost, dan is de bijtelling € 140 per jaar ofwel € 11,66 per maand. Hierover betaalt de werknemer loonheffing, afhankelijk van de belastingschijf waarin de werknemer zich bevindt. Zo zal dit uw werknemer € 4,45 netto per maand kosten als deze zich in de belastingschijf van 38,10% bevindt.

Aangezien de werkgever de fiets ter beschikking stelt, is het gebruikelijk dat deze niet alleen de kosten van de fiets zelf, maar ook de bijkomende kosten (verzekering, accessoires, onderhoud) voor rekening van werkgever zijn.
Voor de werknemer kan de fiets van de zaak dus een interessante regeling zijn, echter bij een fiets van de zaak zal de werknemer niet ook nog de reguliere onbelaste reiskostenvergoeding (van € 0,19/km) meer ontvangen.

Voor de werkgever kan de fiets met alle toebehoren een behoorlijke kostenpost zijn. De werkgever zou om die reden gebruik kunnen maken van een cafetariaregeling, waarbij de werknemer brutoloon kan uitruilen tegen de kosten van de fiets. Op die wijze betaalt de werknemer de fiets zelf. Uiteraard zijn bij een fiets van de zaak wel te allen tijde administratieve lasten gemoeid. Een alternatief voor de fiets van de zaak is het verstrekken van een fiets middels de vrije ruimte conform de WKR (voor zover deze kosten het WKR-forfait niet overschrijden, anders moet de werkgever 80 % eindheffing over het bedrag dat het WKR-forfait overschrijdt betalen), of simpelweg – net zoals nu in 2019 vaak het geval is - een vaste reiskostenvergoeding betalen, waar de werknemer desgewenst zelf een fiets van kan kopen.