Lage inkomensvoordeel (LIV) 2019

31-12-2018

Belastingdienst

Bron: Handboek loonheffingen 2019, Belastingdienst

Dit artikel betreft alleen het reguliere/volwassen-LIV en niet het 'Jeugd-LIV'

 

26.2 Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Hebt u werknemers in dienst met een laag loon? Dan hebt u misschien recht op een tegemoetkoming in de loonkosten: het lage-inkomensvoordeel (LIV).

In deze paragraaf leest u:

  • welke voorwaarden voor het LIV gelden (zie paragraaf 26.2.1)

  • hoe hoog het LIV is (zie paragraaf 26.2.2)

  • wat u moet doen om het LIV te krijgen (zie paragraaf 26.2.3)

  • wanneer u het LIV uitbetaald krijgt (zie paragraaf 26.2.4)

Samenloop met loonkostenvoordelen

Hebt u voor dezelfde werknemer tegelijk recht op het LIV en een loonkostenvoordeel (zie paragraaf 26.1)? Dan betalen wij u 1 van beide uit. U krijgt het loonkostenvoordeel voor de werknemer als het bedrag waar u recht op hebt, hoger of even hoog is als het LIV waar u recht op hebt. Is het LIV hoger, dan krijgt u alleen dat uitbetaald.

 

26.2.1 Voorwaarden voor het LIV

U hebt recht op het LIV voor elke werknemer die voldoet aan deze 4 voorwaarden:

  • De werknemer is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen.

  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal € 10,05 en maximaal € 12,58.

  • De werknemer heeft ten minste 1.248 verloonde uren (zie paragraaf 26.4) per kalenderjaar.

  • De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Heeft de werknemer 2 of meer inkomstenverhoudingen (zie paragraaf 3.4) bij u? Bijvoorbeeld omdat hij onder verschillende subnummers valt? Kijk dan naar het gemiddelde uurloon en de verloonde uren van deze inkomstenverhoudingen samen om te bepalen of u voor deze werknemer recht hebt op het LIV. Want UWV bepaalt op werkgeversniveau of u voor een werknemer recht hebt op het LIV en niet op subnummerniveau.

Met de 'Regelhulp loonkostenvoordelen en lage-inkomensvoordeel' kunt u controleren of u recht hebt op het LIV. U vindt de regelhulp op regelhulpenvoorbedrijven.nl.

Hierna gaan we verder in op de 2e en 3e voorwaarde.

Gemiddeld uurloon

De minimum- en maximumbedragen van het gemiddelde uurloon zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder plus 8% vakantietoeslag. Dat geldt ook voor werknemers die jonger zijn dan 22 jaar. De uurloonbedragen zijn:

Percentage van het wettelijk minimumuurloon plus 8% vakantietoeslag

Uurloon-bedrag

Toelichting

100%

€ 10,05

Verdient de werknemer minder, dan hebt u voor hem geen recht op het LIV. Maar misschien hebt u voor werknemers die minder verdienen en jonger zijn dan 22 jaar, wel recht op het jeugd-LIV (zie paragraaf 26.3).

110%

€ 11,07

Verdient de werknemer meer, dan hebt u voor hem recht op een lager LIV-bedrag.

125%

€ 12,58

Verdient de werknemer meer, dan hebt u voor hem geen recht op het LIV.

De berekening van de uurloonbedragen gaat uit van een 40-urige werkweek. Daardoor wordt het minimumuurloon lager. Zo voorkomen we dat u voor werknemers met bijvoorbeeld een 38- of 36-urige werkweek, geen recht hebt op het LIV, omdat ze minder verdienen dan het laagste uurloonbedrag.

U toetst het gemiddelde uurloon van uw werknemer aan het laagste en het hoogste uurloonbedrag. Het gemiddelde uurloon van uw werknemer is zijn jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren. Het jaarloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat u in een kalenderjaar aan de werknemer betaalt zolang hij bij u in dienst is en is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen. Dat betekent dat geen onderdeel van het jaarloon zijn:

  • ziektewetuitkeringen die u als eigenrisicodrager na afloop van de dienstbetrekking betaalt aan een ex-werknemer

  • WGA-uitkeringen die u als eigenrisicodrager aan de werknemer betaalt

  • WAO-, WIA- en WW-uitkeringen die u de werknemer namens UWV betaalt (zie paragraaf 7.6.2 )

Als uitgangspunt voor het jaarloon neemt u kolom 8 van de loonstaat.

Let op!

Een werknemer met het minimumloon verdient soms toch minder dan 100% of meer dan 125% van dat minimumloon. Bijvoorbeeld als hij van u ook toeslagen of bonussen krijgt, zoals onregelmatigheidstoeslagen of prestatiebonussen. Dan verdient hij meer. Of als u een pensioenpremie inhoudt. Dan verdient hij minder. In die gevallen voldoet hij niet aan de voorwaarden en hebt u voor hem geen recht op het LIV.

1.248 verloonde uren per kalenderjaar

De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar is een harde voorwaarde. Deze geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar bij u in dienst komt. De 1.248 uren worden dan niet evenredig verminderd. Voor werknemers die niet het hele jaar bij u in dienst zijn, is het dus lastiger om aan de voorwaarde van 1.248 verloonde uren te voldoen.

Neemt u een onderneming over? Dan tellen de verloonde uren bij de overdragende werkgever niet mee. Een werknemer moet bij ú 1.248 verloonde uren hebben. Anders hebt u voor hem geen recht op het LIV.

In het jaar waarin de werknemer de AOW-leeftijd bereikt, kunt u voor hem nog recht hebben op het LIV. Bijvoorbeeld als de werknemer pas laat in het jaar de AOW-leeftijd bereikt. Dan is de kans groter dat hij aan 1.248 verloonde uren komt. Als de werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd doorwerkt, dan mag u bij het bepalen of hij in het jaar 1.248 verloonde uren heeft, alle verloonde uren van dat jaar meetellen. Dus ook de verloonde uren na het bereiken van de AOW-leeftijd.

 

26.2.2 Hoogte van het LIV

Hebt u voor een werknemer recht op het LIV? Dan krijgt u van ons een bedrag per verloond uur. Wat verloonde uren zijn, leest u in paragraaf 26.4.

Hoeveel uw voordeel precies is, hangt dus af van het aantal verloonde uren van de werknemer. En van zijn gemiddelde uurloon (zie paragraaf 26.2.1). U krijgt:

Gemiddeld uurloon over 2019

LIV per werknemer per verloond uur

Maximale LIV per werknemer per jaar (bij een 40-urige werkweek)

€ 10,05 of meer, maar niet meer dan € 11,07

€ 1,01

€ 2.000

Meer dan € 11,07, maar niet meer dan € 12,58

€ 0,51

€ 1.000

Voorbeeld

Een werknemer voor wie u recht hebt op het LIV, heeft in 2019 1.500 verloonde uren en een jaarloon van € 16.275. Zijn gemiddelde uurloon is dan € 10,85 (€ 16.275 : 1.500). Uw LIV voor deze werknemer is € 1.515 (1.500 x € 1,01).

Als een werknemer meer dan 40 uur per week werkt

Werkt een werknemer meer dan 40 uur per week? Dan gelden nog steeds de maximale bedragen voor het LIV van € 2.000 en € 1.000. Die maximumbedragen worden dus niet herrekend.

Als een werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd doorwerkt

Werkt een werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd door, dan hebt u nog recht op het LIV voor de verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin hij die leeftijd bereikt. Behalve als de werknemer de AOW-leeftijd bereikt op de 1e dag van het aangiftetijdvak. Dan hebt u voor dat tijdvak geen recht meer op het loonkostenvoordeel.

Dus bereikt een werknemer bijvoorbeeld op 2 augustus 2019 de AOW-leeftijd en blijft hij voor u werken? Dan hebt u bij een aangiftetijdvak van een maand ook recht op het LIV-bedrag van € 1,01 of € 0,51 voor zijn verloonde uren in augustus. Uiteraard alleen als de werknemer aan alle voorwaarden voor het LIV voldoet. Maar bereikt de werknemer op 1 augustus de AOW-leeftijd? Dan hebt u in augustus bij een aangiftetijdvak van een maand geen recht meer op het LIV.

Calculator om uw LIV te berekenen

U kunt ook de calculator gebruiken. Dan hebt u snel een indicatie van uw LIV. Met de calculator berekent u op welk bedrag u per werknemer recht hebt. U vindt de calculator op regelhulpenvoorbedrijven.nl.

 

26.2.3 Wat moet u doen om het LIV te krijgen?

U hoeft het LIV niet aan te vragen. UWV beoordeelt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers u recht hebt op het LIV. Vul in uw aangifte dus ook het aantal verloonde uren (zie paragraaf 26.4) goed in.

Kloppen de gegevens in uw aangifte niet? Dan loopt u het LIV misschien helemaal of voor een deel mis.

 

26.2.4 Wanneer krijgt u het LIV uitbetaald?

Wij betalen het LIV over 2019 in 2020 automatisch aan u uit als uit uw aangiften loonheffingen over 2019 blijkt dat u er recht op hebt. Eerder kan niet, omdat we pas in 2020 weten hoeveel verloonde uren een werknemer in 2019 had en wat zijn gemiddelde uurloon was.

Het uitbetalen gaat zo:

  1. U krijgt vóór 15 maart 2020 een voorlopige berekening van uw LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2019 die u tot en met 31 januari 2020 hebt gedaan.

  2. Bent u het niet eens met de berekening of vindt u dat u ten onrechte geen voorlopige berekening hebt gekregen? Dat kan komen doordat u onjuiste gegevens hebt aangegeven. In dat geval kunt u tot en met 1 mei 2020 correcties over 2019 sturen. Die nemen we nog mee in de definitieve berekening van uw LIV. Correcties na 1 mei nemen we niet meer mee in de definitieve berekening, maar wel in de polisadministratie. Kloppen uw aangiften wel, neem dan contact op met UWV.

  3. Wij sturen u de definitieve berekening van uw LIV. Dat doen wij vóór 1 augustus 2020, op basis van de gegevens die we van UWV krijgen.

  4. Wij betalen u uiterlijk op 12 september 2020 uw LIV uit.

U krijgt 1 voorlopige en 1 definitieve berekening. Daarbij hoort een overzicht van het LIV en de werknemers voor wie u daar recht op hebt. Hebt u ook recht op 1 of meer loonkostenvoordelen of op het jeugd-LIV? Dan staat dat ook in het overzicht. Per werknemer ziet u ook of hij meer dan 1 inkomstenverhouding bij u heeft en of hij onder verschillende subnummers valt.

Wij maken het bedrag aan u over, niet aan uw werknemer. We gebruiken daarvoor het rekeningnummer dat hoort bij subnummer L01 van uw loonheffingennummer. Hebben wij bij dat subnummer geen rekeningnummer van u? Dan krijgt u van ons een formulier waarmee u dit rekeningnummer aan ons kunt doorgeven. Moet u nog bedragen aan ons betalen? Dan kunnen wij uw LIV daarmee verrekenen.